© J.C. Terluin - 2009
 
     
van Teyens Fundatie
     
fam. van Teyens
     
  oudste generatie  
     
  stamboom (1)  
     
  1500 - 1600  
     
  17e eeuw  
     
  familiewapen  
     
  rouwborden  
     
  stamboom (2)  
     
  stamboom (3)  
     
  1600-1700  
     
  18e en 19e eeuw  
     
  dorpskerk  
     
  1700-1800  
     
  1800-1900  
     
     
ð

De familie Van Teyens in de 18de en 19de eeuw

De kinderen van Saco van Teyens (de jonge) en Etta Arnolda van Besten:

Dit echtpaar heeft 11 kinderen gekregen. Vijf kinderen zijn jong of als baby overleden. Van de andere zes zijn er vier ongehuwd gebleven en twee zijn getrouwd, waarvan alleen de jongste zoon nageslacht heeft gekregen. Deze Van Teyenstelgen leefden in een spannende en turbulente tijd.

We bekijken enkele van deze personen:

Lucia Romelia van Teyens: geboren in 1719 te Nuis en overleden in 1777 te Beetsterzwaag. Nuis is al eerder ter sprake gekomen. De familie bezat daar de Coendersborg, door erfenis verkregen uit de nalatenschap van Etta Coenders, de moeder van Hijma Auwema, de tweede echtgenote van Oene van Teyens.

De familie is blijkbaar na de geboorte van Lucia Romelia naar Beetsterzwaag verhuisd, want daar werd in 1721 een zoon Oeno geboren, die jong stierf.

Oeno van Teyens (een derde kind) werd in 1722 geboren te Beetsterzwaag. Van hem is bekend dat hij ontvanger van Opsterland was; in de Franse tijd (1795) lid van de municipaliteit van Opsterland en representant van het Friese volk (1795). Hij studeerde in Franeker rechten. Hij was duidelijk een aanhanger van de nieuwe tijd, die met de franse revolutie aanbrak en wellicht heeft hij samen met dominee Seger van Arnhem Cloeck en Ayso van Boelens uit Olterterp om de vrijheidsboom gedanst. Hij is ongehuwd. In de Leeuwarder Courant staat een overlijdensadvertentie van hem namens de familie:

‘Het heeft de almagtigen God behaagd, na een lange zukkelinge (en daarbij komende verval van kragten) van ongeveer 10 weeken, op heden den 6den May ’s voordemiddags om tien uur deze Weereld op te eischen, den Heer Oeno van Teyens, in den hogen ouderdom van tachtig jaaren en een maand, geve door dezen kennis aan Vrienden, en goede Bekenden, verzoeke van Brieven van Rouwbeklag verschoont te blyven. Beetsterzwaag den 7den May 1801. Tinco van Teyens. Mede uit naam van myn Broeder en Zuster.’

Tinco van Teyens, geboren in 1727 en overleden in 1808. hij was secretaris van de grietenij Utingeradeel van 1768 tot 1796 en woonde daarbij in Oldeboorn. Samen met zijn zuster Hijma en broeder Benedictus draagt hij bij aan de bouwkosten van de nieuwe kerk te Beetsterzwaag. Dat staat ook op de gedenksteen in de toren vermeld. De laatste jaren van zijn leven heeft hij bij zijn zuster Hijma doorgebracht, die in de Leeuwarder Courant zijn overlijden aankondigt. Ze maakt daarbij melding dat zijn overlijden voor haar een einde maakte aan een voor haar ‘zo gezellig leven’.

Hijma van Teyens, geboren in 1734 te Beetsterzwaag en overleden aldaar in 1816. Hijma leeft van de opbrengst van de pachten van haar landerijen. Zij heeft ook de Coendersborg laten verbouwen in 1813 en draagt bij aan de bouwkosten van de nieuwe kerk te Beetsterzwaag in 1803 (zie pag. dorpskerk).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Benedictus van Teyens, geboren in 1736 en overleden in 1804 te Beetsterzwaag. Hij is secretaris van Opsterland en ontvanger van de Opsterlandse Veencompagnie en in de Franse tijd (na 1795) lid van het gemeentebestuur van het district Opsterland. Hij is lang vrijgezel geweest. Blijkbaar wetenden dat hij de laatste Van Teyens zou zijn als hij niet trouwde en kinderen kreeg, is hij in 1795 getrouwd met zijn huishoudster Froukjen Alberts. Bij haar heeft hij drie kinderen gekregen. Enkele weken voor zijn overlijden maakt Benedictus zijn testament. Hierin staat het volgende beschreven:

‘Zolang de kinderen bij Frouckje in huis zijn, zal zij een jaarlijks kostgeld van 250 Caroli guldens ontvangen, terwijl overige kosten zoals kleding uit de boedel betaald zullen worden. Frouckje zelf ontvangt twee paarden, twaalf koeien, vier wagens, zoveel land als zij voor haar vee nodig zal hebben en jaarlijks 800 Caroli guldens. De kinderen ontvangen bij meerderjarigheid het gehele vermogen van Benedictus op voorwaarde dat zij hun moeder tot aan haar door zullen blijven verzorgen.’  (Bron: “Een schat van een oma”  door Anky Mulder-Tits). Benedictus is als laatste van de familie bijgezet in de grafkelder in het koor van de kerk te Beetsterzwaag. Froukje Alberts is met de drie kinderen blijven wonen op Fockensstate, waar zij in 1853 overlijdt. Zij wordt aan de noordkant van de kerk, vlak bij de grafkelder binnen de kerk, begraven. Het graf, waar ook haar drie kinderen zijn bijgezet wordt nog steeds onderhouden door de Van Teyens Fundatie.

Na de dood van Benedictus wordt Rinze Melles, koopman te Beetsterzwaag, gevraagd om de administratie over de goederen van de Van Teyens te voeren, hetgeen hij ook gedaan heeft.

 

De laatste drie Van Teyens:

 

Etta Arnolda van Teyens, geboren in 1796 te Beetsterzwaag en overleden aldaar in 1862. Etta Arnolda is nooit getrouwd geweest. Haar scholing heeft ze in Leeuwarden ontvangen en daarna heeft ze haar leven lang in het Van Teyenshuis in de Hoofdstraat van Beetsterzwaag gewoond. Van haar is bekend dat zij ontvangsten hield voor de notabelen van het dorp.

Ze was van alle dingen in het dorp op de hoogte. In de roman “Willem van Harpen’s leerjaren” door Albert Jan ten Brink (uitgave 1871) worden deze ontvangsten beschreven ten huize van de familie Van Zeuren, hetgeen iets duidelijk maakt over die bijeenkomsten. Naast haar woonde in een huis van de familie Van Teyens hun huisarts Joachimus Lunsingh Tonckens. Zijn echtgenote, Helena Aletta Koumans Smeding en haar moeder Johanne Vitringa Coulon, waren vriendinnen van Etta Arnolda, overgehouden aan haar studietijd in Leeuwarden. Het echtpaar Tonckens was huisvriend van de Van Teyens. Geen wonder ook dat zij tot universeel erfgenaam werden benoemd, omdat er geen verder nageslacht van de Van Teyens over was. Op enkele legaten na aan personeel en liefdadige instellingen, kwam nagenoeg het gehele vermogen, landerijen, huizen, boerderijen en bos in handen van de dokter.

Of de goede verhoudingen met de dokter tot het einde toe bewaard zijn gebleven, is niet zeker, want toen Etta op haar sterfbed een bord rijst te eten kreeg zou ze de dokter hebben toegeroepen: “Moordenaar!” Of de rijst inderdaad vergiftigd is geweest is niet bekend. Wel dat ze na het eten ervan is overleden.

 

Het enige nogal vage portret van Etta Arnolda van Teyens.

(Foto uit bezit van E. Huisman)

 

Saco van Teyens,  geboren in 1797 te Beetsterzwaag en overleden aldaar in 1857. Saco is nooit getrouwd. Hij studeert in Leeuwarden en Groningen aan de universiteit, waar hij in 1823 promoveert. Zijn proefschrift wordt bewaard in Tresoar te Leeuwarden. Na zijn studie keert hij naar Beetsterzwaag terug waar hij inwoont bij zijn zuster in het van Teyenshuis. Saco is in 1835 benoemd tot grietman van Opsterland en treedt dus in de voetsporen van zijn eerste voorvader Sierck Arents, die dat was in Smallingerland in het begin  van de 16de eeuw.

Hij is dat tot 1851 gebleven. De nieuwe gemeentewet maakte een eind aan het grietmanschap en de grietman werd burgemeester. Dit ambt heeft Saco tot zijn dood in 1857 bekleed. Na de dood van zijn moeder in 1853 is hij naar Fockensstate verhuisd waar hij in 1857 een eind aan zijn leven maakte. Tragisch! Hij heeft geen testament gemaakt, zodat zijn vermogen naar Etta Arnolda en Oeno is gegaan.

 

Oeno van Teyens, geboren in 1798 te Beetsterzwaag en overleden in 1866 aldaar.

Hij is evenals zijn broer Saco en zuster Etta Arnolda ongehuwd gebleven, waardoor het geslacht Van Teyens met zijn heengaan uitsterft. Oeno is landeigenaar en drijft met zijn moeder aanvankelijk de boerderij op Fockensstate. In het dorp staat hij bekend als ‘gekke Oene’. Er zijn verschillende zienswijzen op deze laatste Van Teyens. Dat dit bekend is geworden is te danken aan het laatste testament van Oene, dat door notaris Andreae te Beetsterzwaag is opgemaakt. Dit testament, het 2de, werd op 12 maart 1859 opgemaakt, evenals het testament van zijn zuster Etta en dat in grote lijnen met dat van Oene overeenkomt. Een groot bedrag en enkele huizen zijn bestemd voor de in 1858 opgerichte Van Teyens Fundatie. Ook een ver familielid, Marcus van Heloma (zie VI.a) krijgt een deel van de erfenis, o.a. Fockensstate. In het testament staat: “Ik benoem tot mijn eenige en universeele erfgenamen den heer Joachimus Lunsingh Tonckens en zijn echtgenoote vrouw Helena Aletta Koumans Smedingh.”

 

Als de dochter van de dokter en de zoon van notaris Andreae met elkaar trouwen is het vermogen van de Van Teyens in handen gekomen van twee invloedrijke families te Beetsterzwaag.

Anky Mulder-Tits vertelt in haar boekje dat dokter Tonckens de legaten, die aan familieleden van Froukjen Alberts worden nagelaten, door herauten te paard worden overhandigd. Toch is de familie van Froukjen Alberts niet tevreden met deze fooi. Volgens hen kleven er onrechtmatigheden aan het testament en zij vechten dit aan bij de rechter. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat Oeno eigenlijk onbekwaam was om een testament te maken, dat hij krankzinnig zou zijn. De keukenmeid van de familie Tonckens, Theodora Muhlschlegel, verklaart dat Oeno niet een “dierbare huisvriend” was, zoals de dokter verklaard had. Oeno mocht zelfs niet binnen komen in de woonkamer. Alleen in de keuken mocht hij komen, waar Theodora zich over hem ontfermde. Anky Mulder schrijft het volgende: “de man was vaak angstig en hield zich gewapend met een stok onzichtbare honden van het lijf. Oeno was vervuild en droeg ’s zomers veel kleren over elkaar. Theodora had hem ooit in het kippenhok als razende tekeer zien gaan.” Theodora getuigde van het gedrag van dokter Tonckens in de late avond van 2 februari  1862, enkele uren voor Etta’s overlijden. Ze had gezien dat de dokter zware kisten uit het huis van de Van Teyens via een plank over de sloot naar het huis van de dokter droeg.  Mevrouw Tonckens merkte dat de meid meer gezien had dan wenselijk was en ontsloeg haar. Een andere getuige, Rinse Bos, had gezien dat toen de kisten geopend werden, er allemaal gouden en zilveren voorwerpen inzaten, die toebehoorden aan de familie Van Teyens.

Hemminga, de tuinman van de Van Teyens verklaarde dat dokter Tonckens Oeno vlak voor zijn dood een “pikbal” gaf waar hij zo dol op was. En Take Wiersma vertelde de rechter dat zij, hoewel dat ongebruikelijk was, ’s avonds een bord gortpap voor Oene klaar moest maken, waarna hij, na het gegeten te hebben, even later stierf.

Over zijn gedrag: als Oene ging wandelen, ging er altijd een begeleider met hem mee. Dat was Jan Reinder de Haan. Deze hield hem stevig bij de arm vast. Als het buiten regende zat hij met een zuidwester op in de woonkamer. En soms imiteerde hij een kip of een haan.

Er waren echter ook verklaringen à décharge: de pachters en ook de Baron van Harinxma verklaarden dat Oene de financiën van de familie goed op orde had, en dat van krankzinnigheid in het geheel geen sprake was. Dat hij een eigenaardig man was, dat is wel zeker, maar nog geen reden om hem ontoerekeningsvatbaar te verklaren bij het opmaken van zijn testament.

Over de erfenis is jaren achter elkaar geprocedeerd door de familie van Froukjen Alberts. In 1892, 1912, 1915-1917, 1941 en 1965. De rechter heeft echter steeds de eisen afgewezen. Oeno van Teyens,is als laatste van zijn geslacht bijgezet in het graf naast zijn moeder, broeder en zuster op het kerkhof te Beetsterzwaag.

 

 

Het hoge huis, waar de auto voor staat, is in 1868 gebouwd door dokter Tonckens van de erfenis van de Van Teyens. Het huis staat momenteel bekend als ‘Bordena’. Het staat vast aan het grijze huis links op de foto dat het oude Van Teyenshuis is. In 1980 is dit oude huis afgebroken om plaats te maken voor een nieuw en hoger huis dat aansluit op het huis Bordena. Omdat er in de volksmond sprake was van een ‘schat van de Van Teyens’ werd bij de afbraak uitgekeken naar deze schat.

En …… er kwam wel degelijk wat tussen de muren en plafonds vandaan: Turf!

Gebruikt als een vroege vorm van isolatie.

En turf was de basis van het Van Teyensvermogen.

 

 

 foto J.C. Terluin