ð
familie van Teyens
De familie Van Teyens is ca. 350 jaar
verbonden geweest met Beetsterzwaag en na de dood van de laatste Van
Teyens leeft de familie voort in de Van Teyens Fundatie, die door de
laatste twee Van Teyens is opgericht in 1858.
Over de familie Van Teyens is een
studie verschenen van de hand van drs. N.L. van der Woude in het
Genealogysk Jierboek 2006 onder de titel “Luyden van eren”.
De gegevens in deze website genoemd zijn aan dat artikel ontleend.
Deze familie is van oorsprong een
eigenerfdenfamilie uit Hennaarderadeel. Eigenerfden zijn boeren met
een eigen erf + boerderij. Dat eigen erf had een minimale grootte
van ca. 30 pondematen land (dat is ongeveer 10 hectare). Zij hadden
stemrecht en konden ook zelf gekozen worden in bepaalde ambten. Deze
ambten waren als eerste het grietmansambt. Een grietman was zowel
rechter van het grietenijgerecht als bestuurder. In de Franse tijd
(1795 – 1813) zijn deze twee functies van elkaar gescheiden om
belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen. Andere ambten
waren het bijzitterschap en afgevaardigde naar de Statenvergadering
in Leeuwarden. Een bijzitter is een mederechter, die de grietman in
zijn waarheidsbevinding in het gerecht ondersteunt. Er waren meest
twee bijzitters die de grietman hielpen. Nog een ander ambt was dat
van dorpsrechter.
De
eerste keer dat de familie Van Teyens met Opsterland te maken kreeg
was in het midden van de 16de eeuw, toen Sierck Arents
(geboren omstreeks 1510) grietman van Smallingerland was en gehuwd
met Tryn Saeckes Herjuwsma uit Beets. Haar vader was Saecke toe
Beets of Herjuwsma, eerst grietman van Smallingerland en
gevolmachtigde van Opsterland en accijnsmeester van Smallingerland
en Opsterland van 1524-1526.
Deze familie voerde in de eerste vier
generaties geen familienaam.
Dat kwam pas in de 17de
eeuw.
Wilde men meetellen in de maatschappij
van die tijd, dan moest men een netwerk opbouwen, waardoor men zich
invloed op het bestuur verwierf. Dat kon door het sluiten van
huwelijken binnen de stand van de invloedrijken. Dat waren de adel
en eigenerfde boerenfamilies, die rijk aan goederen waren geworden.
Men paste een bewuste huwelijkspolitiek toe, waardoor men
grondeigendom verwierf en daardoor macht kreeg. Dit ging
langzamerhand. Huwelijken waren dus gearrangeerd. Of men gelukkig
was weet ik niet, maar ik krijg niet de indruk dat men ongelukkig
was, gezien de aantekeningen in de familiebijbel van de Van Teyens.
Bijvoorbeeld: ‘Den 13den Aprilis 1674 is mijn seer lieve huisfrou
van een jonge soon verlost ende is Saco gedoopt’. Hier kan men
uit opmaken dat zelfs gearrangeerde huwelijken gelukkig kunnen zijn.
En de toevoeging seer lieve is niet incidenteel bij deze
familie.
Pas de tweede zoon van Sierck Arents
en Tryn Herjuwsma, Saecke Siercks, komt in Opsterland voor als
zijnde secretaris van Opsterland. Hij was tevens boer en brouwer en
woonde te Beetsterzwaag. Hij trouwde binnen zijn stand met de
dochter van de grietman van Opsterland, Frouck Focke Teyedochter.
Hun boerderij stond aan het Kerkepad Oost, waar ook de andere
boerderijen van Beetsterzwaag stonden.
Als secretaris woonde hij dicht bij
zijn werk. Het rechthuis van Opsterland was in Beetsterzwaag
gevestigd. De grietman had het wat dat betreft moeilijker, want hij,
Focke Teyes woonde te Duurswoude en moest voor de rechtdag telkens
naar Beetsterzwaag reizen.
Saecke Siercks en Frouck Focke Teyedr.
hadden het niet gemakkelijk, want zij leefden in de Tachtig Jarige
Oorlog (1568 – 1648), een oorlog die ons land uitvocht met Spanje.
Rond 1580 vonden er invallen van Spaanse troepen plaats in Friesland
vanuit Groningen. Deze troepen, onder aanvoering van de Spaanse
veldheer Verdugo, vielen Opsterland binnen en plunderden en
brandschatten de dorpen. Zo denken we dat ook Saecke Siercks en zijn
vrouw slachtoffer van zo’n inval zijn geweest omdat beiden in 1582
zijn overleden en zij hun kinderen met de familiepapieren en
sieraden in dat jaar naar het veilig geachte Harlingen stuurden,
waar een broer van Saecke Siercks burgemeester was. Zij zijn hier
gebleven tot het hier weer tamelijk veilig was.
Waarschijnlijk is er in 1593 nog een
inval geweest, want bij die inval moet de molenaar van de
Oostermolen van Beetsterzwaag om het leven zijn gekomen. Deze had
zijn geld verborgen in een bruin kruikje en dit onder de vloer van
zijn woning verborgen, dicht bij het fundament. Toen dit huisje in
1929 werd afgebroken vond men de schat van de molenaar, bestaande
uit 75 zilveren munten. De oudste munt dateerde uit 1499 en de
jongste uit 1593. Verdugo is in 1594 naar Spanje teruggekeerd.
De kinderen van Saecke Siercks en
Frouck Focke Teyedr zijn naar Beetsterzwaag teruggekeerd, waar men
zich huwelijkspartners koos. De oudste zoon, Sierck Saeckes,
trouwde met Haeck Boeledr Boelens van Olterterp. Hij is, net als
zijn vader, boer en brouwer. Verder was hij dorpsvolmacht voor
Beetsterzwaag in 1588, Raad ter Admiraliteit in 1601 en Rekenmeester
voor Zevenwouden in 1603. Dit echtpaar kreeg 4 kinderen, waarvan de
jongste, Taetscke trouwde met Jan Martens Hemminga uit
Beetsterzwaag. Hij was hier schoolmeester, notaris en
equipagemeester ter zee.
De familie Hemminga was een
eigenerfdenfamilie uit Kortehemmen, waar hun familienaam ook van is
afgeleid. De familie Hemminga had een huis in de huidige Hoofdstraat
van Beetsterzwaag, waar nu het Eysingahûs staat.
Op de kaart van Ockinga (1684)
hieronder staat dit huis aangegeven, evenals de andere belangrijke
woningen van die tijd.
De
zwarte blokjes stellen de middeleeuwse saten voor.
Een andere zoon van Sacke Siercks is
Teye Saeckes.
Hij heeft rechten gestudeerd aan de
universiteit van Franeker en volgt zijn vader op als secretaris van
Opsterland.
Hij wordt in 1588 aangesteld als
zodanig en blijft dit tot 1620. hij trouwt met Freerkje Hiddinga,
waarvan men niet weet waar ze vandaan komt.
Dit echtpaar krijgt vier kinderen
waarvan Saco de naam Teyens aanneemt. Hij is de eerste die de
familienaam voert.