Rouwborden

In alle oude dorpskerken van Beets, Beetsterzwaag en Olterterp hebben vóór 1796 rouwborden gehangen.
In de middeleeuwse kerk van Beetsterzwaag verschenen de eerste rouwborden in het midden van de 17de eeuw. De grietmansfamilie Fockens was de eerste die deze memorie- of herinneringsborden toepaste op de gestorven leden van hun geslacht.

Van het hele gezin van Saco Fockens, grietman van Opsterland, en Lucia Siccama verschenen rouwborden in de kerk:
  • Sako Fockens, oud-grietman van Opsterland, obiit (= overleden) 31 maart 1652;
  • Saco Fockens, grietman over Lemsterland, obiit 13 december 1665;
  • Hepcko van Fockens, captein-luitenant, obiit 11 augustus 1666;
  • Juffr. Wischien van Fockens, huisvrouw van Tinco van Teyens, ob. 3 december 1669;
  • Juffr. Maria van Fockens, huisvrouw van Eecke van Heerma, obiit 15 maart 1672;
  • Juffr. Romelia van Fockens, huisvrouw van Oene van Teyens, obiit 17 april 1674;
  • Lucia van Siccama, wed. van Saco Fockens, obiit 24 november 1675;
  • Juffr. Lucia van Fockens, huisvrouw van Benedictus van Teyens, ob. 2 januari 1685;
  • Martinus Fockens, grietman van Opsterland, obiit 14 maart 1692.
Van de familie Van Teyens hingen de volgende rouwborden in de kerk:
  • De heer Benedictus van Teyens, secretaris van Opsterland, obiit 10 november 1678;
  • Juffr. Antie van Andringa, huisvrouw van Saco Teyens, obiit 6 juni 1685;
  • Sako van Teyens, mede-gecommiteerde ten Landsdage, obiit 16 oktober 1735.
  • De rouwkas van Saco van Teyens en Etta Arnolda van Teyens, een zgn. tweelingkas, hangt nu in de Van Teyens Fundatie. Saco stierf op 27 februari 1779 en Etta op 12 maart 1785.
Door huwelijksbanden waren de families Fockens en Van Teyens nauw met elkaar verweven en na het uitsterven van de familie Fockens erfden de van Teyens ook de rouwborden in de kerk.
In 1796 werd er een verordening uitgevaardigd dat alle rouwborden in de kerken verwijderd moesten worden en dat wapens en titels uit de grafzerken gekapt moesten worden.
Ik noem dit de tweede beeldenstorm, die onnoemelijke culturele schade heeft veroorzaakt.
 
Ook hier werden dus de rouwborden verwijderd. De borden van Beets werden door de families Lycklama en Van Lynden in hun woningen opgeslagen tot betere tijden. In Beetsterzwaag ontfermde de familie Van Teyens zich over de 14 borden die de muren van de middeleeuwse kerk sierden. Zij werden in het Van Teyenshuis opgeslagen. Hijma van Teyens, die de Coendersborg in Nuis had geërfd van haar grootmoeder, liet de meeste borden daar ophangen. De enige 18de eeuwse rouwkas van Saco van Teyens en zijn vrouw Etta Arnolda van Besten verhuisde in 1858 naar de Van Teyensfundatie, waar hij nu nog hangt in de regentenkamer.
 
In 1956 werd de Coendersborg verkocht aan het Groninger Landschap. Zij zaten met de borden in hun maag en boden ze de Hervormde Gemeente te Beetsterzwaag aan, waar ze toch uiteindelijk vandaan kwamen en ook thuis hoorden. Het kerkbestuur sloeg echter dit aanbod af, onder de motivatie van: Ze hebben nooit in deze kerk gehangen. Dat klopt ook wel, want de middeleeuwse kerk is in 1803/’04 vervangen door het huidige kerkgebouw.
 
Het is een historische blunder door de borden niet meer terug te laten komen naar Beetsterzwaag en ze in Nuis te laten. Ze zijn nu gerestaureerd en opgehangen in de dorpskerk van Nuis. Eén van die borden, dat van Martinus Fockens, de laatste mannelijke telg van dit geslacht en grietman van Opsterland tot 1692, was dubbel. Dit tweede bord heeft hoogstwaarschijnlijk in de Jacobijner kerk te Leeuwarden gehangen, waar de vrouw van Martinus, Anna van Kinnema bij haar ouders begraven ligt. Dit dubbele bord hangt nu in het Streekmuseum te Gorredijk.
 
De borden uit de kerk van Olterterp zijn gered door de familie Van Boelens en na de Franse tijd weer teruggehangen in de kerk, waar ze nu nog hangen. Dit zijn borden betreffende de families Van Boelens en Lycklama á Nijeholt.
 
De borden uit Beets zijn verspreid: de grootste rouwkas, dat van Ypkjen Hillegonda van Boelens, vrouw van Rijnhard baron van Lynden hangt nu samen met twee borden van de familie Lycklama in Epemastate te IJsbrechtum. Twee andere, dat van Livius Suffridus Lycklama á Nijeholt en vrouwe Eritia Lycklama á Nijeholt, weduwe van Saco van Idsinga kwamen op de zolder van het koetshuis van het Lycklamahuis terecht. Dit nu zijn de borden, die vandaag gerestaureerd en teruggehangen in een eenvoudige rouwkas het interieur van de raadzaal verfraaiien.
 
Welke functie hadden deze borden? Zoals de naam “memorieborden” al aangeeft, zijn ze in de eerste plaats bedoeld om de herinnering aan de overledene wakker te houden. Ze werden altijd in de buurt van het graf gehangen aan de binnenmuur van de kerk. Wanneer iemand van stand was overleden, werd aan de timmerman/schrijnwerker en de schilder opdracht gegeven om het bord te vervaardigen. Dit moest vrij snel gebeuren, want het bord had nog de volgende functie: namelijk de aankondiging van het overlijden van een bepaald persoon. Wanneer het bord klaar was, werd het aan de poort van de state gehangen, of naast de entree van het huis. Bij de begrafenis werd het bord voor de stoet uitgedragen naar de kerk, waar de overledene werd bijgezet in de grafkelder of gewoon in de grond. Na de ter aarde bestelling werd het bord gedurende de rouwtijd, gewoonlijk 40 dagen, weer aan de poort of naast de deur gehangen. Na afloop van de rouwperiode werd het bord in de kerk opgehangen.
 
Wat werd er op de borden geschilderd?
Allereerst natuurlijk het familiewapen. Dit werd gedekt onder een kroon. Op de Beetsterzwaagse borden zijn dit meest de zogenaamde regentenkronen: deze bestaat uit een hoofdband van goud, bezet met drie rode edelstenen en daartussen parels. Op de hoofdband een rij parels en zo nu en dan op de middelste twee en de uiterste parels nog een parel. De borden van Saco en Martinus Fockens zijn voorzien van het volledige familiewapen met helm, helmkleed en helmteken. Wanneer alleen het schild is aangebracht verschijnen er palmbladeren, eiken- of laurierloof om het schild. Deze takken zijn in feite een overwinningsteken op de dood. Voor een christen is de dood namelijk de ingang tot een eeuwig leven, verworven door de opstanding van Christus.
 
Onder aan het wapen hangt de zgn. aankleef, waarop de naam, de kwaliteiten en de sterfdatum van overledene staan geschreven.
 
Voor een man wordt meestal de gewone schildvorm gebruikt. De gehuwde vrouw voert meestal een ovaal schild; een enkele maal een ruitschild (zoals bij Wiskjen Fockens). In haar wapen voert ze aan de heraldisch rechterkant (voor ons links) het wapen van haar man en heraldisch links haar eigen stamwapen. Bij Wiskjen Fockens zien we rechts het wapen Hania, het wapen van haar tweede echtgenoot, en links het wapen Fockens. Bij Lucia van Siccama zien we rechts het wapen Fockens en links het wapen Siccama, de gouden korenschoof op blauw (of groen). Antje van Andringa voert rechts de drie gouden eikels op zwart van de Van Teyens en links haar eigen wapen, de drie gouden klavers op rood.
 
Bijzonder is het wapen van Sako van Teyens, overleden 16 oktober 1735. Hij voert het wapen van zijn moeder, waarschijnlijk om aan te geven dat hij erfgenaam is van de familie Fockens. Na het uitsterven van dat geslacht kwam het hele Fockensbezit in handen van de Van Teyens.
 
De borden van Lucia van Siccama en haar dochter Romelia van Fockens zijn identiek wat uitvoering betreft: zij hebben om het ovale schild een barokcartouche, met gouden linten er naast.
 

Rouwbord Sako van Teyens,
Gecombineerd met het wapen van zijn moeder Lucia Fockens.